VOORDRACHT

Aanleiding

Het dossier dat vandaag aan u gepresenteerd wordt onder de naam Broom II is de neerslag van het strafrechtelijk onderzoek dat is opgestart naar aanleiding van een vermeende dumping van chemische afvalstoffen in en rond de stad Abidjan in Ivoorkust midden augustus 2006.

De milieuvervuiling daar leidde tot meerdere dodelijke slachtoffers en vele gewonden. Dit alles ging gepaard met een enorme stankoverlast.

De vervuiling werd in verband gebracht met afvalstoffen (zogenaamde slops) die kort daarvoor door een zeeschip, de Probo Koala, in Abidjan waren afgegeven.

Wereldwijd werd in de pers aandacht besteed aan de gebeurtenissen. In Ivoorkust reageerde de bevolking heftig vooral in de richting van de regering. Buiten Ivoorkust was de verontwaardiging groot, nu vermoed werd dat het hier ging om een illegale dumping van gevaarlijke afvalstoffen door een multinationale onderneming in een derde wereldland.

De relatie met een kort daarvoor plaatsgevonden incident, begin juli 2006, rond hetzelfde schip in de Amsterdamse haven werd snel gelegd. Daar zou de Probo Koala in eerste instantie geprobeerd hebben de slops af te geven. Een en ander ging toen ook gepaard met stank— en gezondheidsklachten.

De kwestie kwam ter sprake op allerlei niveaus:

Binnen de Europese Gemeenschap, tussen de Verdragspartijen bij het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen, bij de Internationale Maritieme Organisatie, binnen de Verenigde Naties bij de UNEP (United Nations Environment Programme), en ook meerdere malen in het Nederlandse parlement. (1)

Tal van onderzoeken naar de gang van zaken werden vanuit verschillende invalshoeken gestart. Ik noem er een aantal.

In Ivoorkust:

  • Strafrechtelijk onderzoek.
  • Onderzoek door een nationale en een internationale onderzoekscommissie inzake de giftige afvalstoffen gestort in het district Abidjan. (2)Bij de Verenigde Naties:
  • Onderzoek door een UNDAC team: United Nations Disaster Assessment and Coordination. (3)In Nederland:
  • Onderzoek door de VROM-inspectie naar de gang van zaken en de relevante wetgeving rondom het bezoek van de Probo Koala in Amsterdam. (4)
  • Onderzoek door de commissie Hulshof in opdracht van de gemeente Amsterdam naar de gang van zaken rond aankomst, verblijf en vertrek van de Probo Koala in juli 2006 in Amsterdam. (5)
  • Onderzoek van de parlementair advocaat naar aanleiding van juridische vragen van de Vaste Kamercommissie VROM. (6)Op het moment dat de Probo Koala Amsterdam bezocht begin juli 2006 was het Interregionaal Milieuteam Amsterdam bezig met een onderzoek naar de inzameling en verwerking van scheepsafvalstoffen en andere oliehoudende afvalstoffen (onderzoeksnaam: Broom). Een van de onderzoekssubjecten in dat onderzoek was Amsterdam Port Services BV (verder APS), een inzamelaar en verwerker van scheepsafvalstoffen in de Amsterdamse haven.

In de eerste week van juli 2006 wilde de Probo Koala de ca. 550 m³ aan slops afgeven aan APS. Na afgifte van het eerste deel van die slops ontstond onenigheid over de prijs tussen APS en de Probo Koala met als gevolg dat uiteindelijk de reeds ingenomen slops retour schip gingen.

Aanvankelijk werd dit incident meegenomen in het Broom-onderzoek. Na de gebeurtenissen in Ivoorkust is echter besloten het Broom-onderzoek tijdelijk te stoppen en alle aandacht te richten op het onderzoek naar eventueel gepleegde strafbare feiten rondom het bezoek van de Probo Koala aan Amsterdam. Dit onderzoek kreeg daarom de naam Broom II. Het Broom-onderzoek is later afgerond onder de naam Broom-I.

Het Broom-II onderzoek, het Probo Koala-dossier, ligt thans voor u. Het is nog niet geheel compleet, enkele aanvullende stukken volgen nog.

Het is het resultaat van anderhalf jaar onderzoek. De lange duur van dit onderzoek vindt zijn oorzaak in:

  • de juridisch en feitelijk complexe materie;
  • het feit dat veel informatie vanuit het buitenland langs formele weg (en dat kost tijd) verkregen moest worden. Er zijn rechtshulpverzoeken gedaan aan Estland, Ivoorkust, Engeland, Griekenland, Malta, Spanje, Duitsland en de Verenigde Staten;
  • de enorme hoeveelheid informatie die bestudeerd moest worden.De vraag of eventueel in Ivoorkust gepleegde strafbare feiten onderdeel zouden moeten zijn van dit onderzoek is onder ogen gezien. Hiervan is afgezien. Het is niet mogelijk gebleken om onderzoek in Ivoorkust te doen, ondanks pogingen daartoe.

Feitelijke bevindingen

Uit de bevindingen van de politie komen de volgende feitelijke gegevens naar voren.

Begin 2006 komt Trafigura Beheer BV in het bezit van partijen zogenaamde ‘coker nafta’ afkomstig uit Mexico.

De bedoeling is dit olieprodukt te mengen, ‘blenden’, met andere olieprodukten om te komen tot een verhandelbaar produkt.

Het hoge zwavelgehalte van die nafta staat echter in de weg aan het blenden.

Door de nafta te ontzwavelen met behulp van in water opgelost natronloog, ook wel caustic soda genoemd, kan dit probleem verholpen worden.

Het mengen van de caustic soda door de nafta heeft tot gevolg dat een deel van de zwavelverbindingen uit de nafta verwijderd wordt. Na het mengen, ook wel aangeduid als ‘wassen’, zal het water met de caustic soda en de verwijderde zwavelverbindingen bezinken. Na verwijdering van dit water blijft een olieprodukt over met een lager zwavelgehalte dan de oorspronkelijke nafta.

Dit olieprodukt is geschikt om te blenden. De dan ontstane mengsels kunnen verhandeld worden als brandstof op de Afrikaanse of Aziatische markten.

Aanvankelijk wordt de nafta uit Mexico vanuit Brownsville (VS) naar Tunesië vervoerd om daar op het vasteland te worden ontzwaveld.

Als daar stankproblemen ontstaan gaat Trafigura Beheer BV in april 2006 over tot het ontzwavelen aan boord van de Probo Koala.

De Probo Koala wordt daartoe in het Middelandse Zeegebied gestationeerd, in de buurt Malta en Gibraltar.

Andere schepen vervoeren de nafta vanuit Brownsville naar de Probo Koala.

Op zee wordt de nafta van het aanvoerende schip naar de Probo Koala overgepompt. Eenmaal aan boord van de Probo Koala zorgt de bemanning dat er caustic soda aan de ingenomen lading wordt toegevoegd, dat caustic soda en lading zich goed mengen, dat caustic soda en nafta zich vervolgens weer van elkaar scheiden en dat daarna de met zwavelverbindingen verzadigde caustic soda (zogenaamde ‘spent caustic’) onder de olie vandaan wordt gepompt waarbij het onderste deel van de olie ook wordt meegenomen om een zo schoon mogelijk (geen water, geen chemische bestanddelen) olieprodukt over te houden. De spent caustic wordt verpompt naar de sloptanks, tanks bedoeld voor scheepsafvalstoffen zoals olie- en ladingrestanten en waswater afkomstig van het reinigen van ladingtanks.

De gewassen nafta wordt daarna weer door een schip opgehaald en een volgend schip brengt weer nieuwe, hoogzwavelige nafta aan boord. Dit alles vindt plaats in de periode april tot en met juni 2006.

Eind juni 2006 zet de Probo Koala koers vanuit het Middelandse Zeegebied naar Paldiski in Estland om daar een partij olie te lossen. Onderweg zal Amsterdam aangedaan worden om brandstof te bunkeren en de inmiddels tot 550 m3 opgelopen hoeveelheid slops ontstaan bij het ontzwavelen af te geven aan APS.

In Amsterdam aangekomen wordt de eerste helft van de slops door APS ingezameld met het inzamelschip de Main VII, 2 juli 2006. Na inzameling bemerkt APS dat de slops qua samenstelling niet voldoen aan hetgeen ze verwacht hadden. APS geeft aan dat de prijs van verwerking hierdoor hoger zal uitpakken (€ 600 à 900 in plaats van € 20 per m³).

Inmiddels, 3 juli 2006, ontstaan er stankklachten in de omgeving van APS. Politie, brandweer en Dienst Milieu en Bouwtoezicht (DMB) van de gemeente Amsterdam komen ter plaatse. Oorzaak blijkt te zijn de aanwezigheid van een deel van de slops van de Probo Koala in de verwerkingsinstallatie van APS.

Politie en DMB vermoeden dat APS begonnen is met verwerking van de slops.

Trafigura wil de hogere prijs voor verwerking niet betalen. APS geeft hierop aan de ingenomen slops te willen teruggeven aan het schip. Politie en DMB staan dit niet toe onder verwijzing naar het het vermoeden van aanvang verwerking door APS.

Fax gaat uit waarin DMB voorlopig verbiedt de slops te retourneren, ’s middags 4 juli 2006.

APS beklaagt zich over deze gang van zaken en dreigt eventuele op te lopen financiële schade en claims van Trafigura Beheer BV te zullen neerleggen bij de gemeente.

APS verzoekt overleg met DMB.

Die avond, 4 juli om negen uur, gaan twee medewerkers van de DMB naar het kantoor van APS voor overleg met de directeur. Aan het eind van dat overleg rond elf uur wordt toestemming gegeven voor het terugpompen van de slops.

De volgende dag, 5 juli aan het begin van de middag, vertrekt de Probo Koala naar Paldiski.

In Estland worden de slops aan boord gehouden.

Na Paldiski vaart het schip naar Nigeria. Daar wordt geprobeerd de slops af te geven, maar dit lukt niet.

Vervolgens gaat het schip naar Ivoorkust, waar de slops wel worden afgegeven.

Wet- en regelgeving

Het onderzoeksteam heeft deze feitelijke gang van zaken geplaatst binnen de volgende juridische kaders:

Grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen

  • Verdrag van Basel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan;
  • Europese Verordening betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap;
  • Wet milieubeheer, titel 10.7.Bestrijding van verontreiniging door schepen
  • Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (MARPOL-verdrag);
  • Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen;
  • Wet voorkoming verontreiniging door schepen (Wvvs);Vervoer gevaarlijke stoffen
  • Wet vervoer gevaarlijke stoffenScheepvaartverkeer
  • ScheepvaartverkeerswetAfvalstoffen
  • Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende afvalstoffen;
  • Wet milieubeheer, hoofdstuk 10;Inrichtingen
  • Wet milieubeheer, hoofdstuk 8.Daarbij kwamen onder meer de volgende vragen op:

De verhouding tussen het verdrag van Basel en het Marpol-verdrag.

De verhouding tussen de verschillende vergunningen:

  • Aanwijzing havenontvangsvoorziening verleend aan APS door B&W Amsterdam voortvloeiend uit de Wvvs;
  • Inzamelvergunning verleend aan APS door minister VROM op basis van hoofdstuk 10 Wet milieubeheer;
  • Inrichtingsvergunning verleend aan APS door B&W Amsterdam op basis van hoofdstuk 8 Wet milieubeheer.Conclusie OM

Op basis van de bevindingen van het Interregionaal Milieuteam Amsterdam, gekeken naar de toepasselijke wet- en regelgeving kom ik tot de volgende conclusie.

  • Door Trafigura Beheer BV, daarbij geholpen door de kapitein van de Probo Koala, is de precieze samenstelling en herkomst van de slops verhuld, kennelijk met de bedoeling zich op een makkelijke en/of goedkope wijze van de afvalstoffen te ontdoen.
  • Door Trafigura Beheer BV zijn de slops naar Afrika afgevoerd omdat de prijs voor inname en verwerking binnen de EG te hoog werd bevonden.
  • Door APS zijn de slops niet ingenomen dan wel na inname geretourneerd omdat een financieel fiasco werd gevreesd.
  • Door de gemeente Amsterdam is meegewerkt aan het retourneren van de slops onder dreiging van financiële claims.Het is juist in dit soort zaken, waar bewust milieuregels opzij worden gezet om financieel gewin te behalen dan wel financieel risico te ontlopen, dat het functioneel parket van mening is dat vervolging op zijn plaats is.

In het onderzoek Broom II kom ik dan ook tot de volgende beschuldigingen:

Zie telasteleggingen.


(1) Zie rubrieksnummer 9.55 en 9.66 van het PV: TK 2006-2007, 22343, nrs. 147 en 148

(2) Zie rubrieksnummer 9.33 en 9.61 van het PV: Commission Nationale/Internationale d’Enquête sur les Déchets Toxiques dans le District d’Abidjan

(3) Zie rubrieksnummer 9.59 en 5.51, pag. 3207, van het PV

(4) Zie rubrieksnummer 9.42 van het PV met twee versies feitenrelaas: de versie verzonden aan de Tweede Kamer, PV pag. 12137 e.v., en de meer uitgebreide versie verzonden aan het OM, PV pag. 12190 e.v.

(5) Zie rubrieksnummer 9.46 van het PV

(6) Zie rubrieksnummer 9.35 van het PV